Nick Hannes

installation views

about

contact

archive

En de fotograaf, die was er ook - over de documentaire fotografie van Nick Hannes

 

door Joachim Naudts, curator FoMu.

 

Fotografen staan graag achter hun camera in plaats van ervoor. (Cindy Sherman en Robert Mapplethorpe even buiten beschouwing gelaten.) Ze tonen ons graag wat ze gezien hebben, met hun ogen, met hun camera. Glitter en glamour laten ze doorgaans aan de ander; in hun positie – ‘tonen wat ik zie’ – zit al meer dan voldoende opdringerigheid. Ze zijn eerder schuw en schuchter dan haantje-devoorste. De camera in de hand dwingt hen naar de voorgrond, maar de onoverkomelijke barrière van het apparaat biedt hen geruststelling en houvast. Niet ‘ik’ is het onderwerp, maar de ander. Schijnbaar, want de fotografen weten maar al te goed dat we hen niet kunnen wegdenken. Het besef van de kijker dat ‘hij’ of ‘zij’, de fotograaf, er aanwezig was, blijft van fundamenteel belang.

Een korte zoektocht in het eigen geheugen en een rondvraag op Facebook leverden al snel het resultaat op dat op deze pagina’s te zien is. Beelden waarop de fotograaf zelf is afgebeeld, als protagonist, centraal in beeld. Beelden die ons eenvoudig trachten te vertellen wie dat andere hoofdpersonage is, de man of vrouw achter de camera.

Achtereenvolgens zien we Nick Hannes, Brassaï, Robert Frank, Richard Avedon, de assistent van Roger Fenton, Dirk Braeckman en Bieke Depoorter. Een fotograaf (of diens assistent) die zo in beeld geplaatst is, biedt ons een zeldzame inkijk in de evidentie van zijn of haar aanwezigheid. Maar het vertelt ons ook iets over het werkproces van de fotograaf, over zijn of haar conceptuele benadering, of simpelweg over de manier waarop een beeld tot stand komt. Soms is dat significant, soms ook niet. Wat als we een beeld zouden hebben van Robert Capa op het strand van Normandië op D-day, 6 juni 1944? The making of van een van ’s werelds bekendste beelden? Stel je voor.

 

De hoogte in, op de kampeerwagen gaan staan, anders lukt het niet, anders is de zee niet zichtbaar op de foto. Nick Hannes, een Belgisch documentaire-fotograaf die de voorbije jaren het Middellandse Zeegebied rondtrok, stuurde me deze foto op. Hij staat boven op zijn camper, schijnbaar een landschap te fotograferen. Dit is een making of-foto van zijn nieuwste project Mediterranean. The Continuity of Man. Uiterst rechts zien we de bovenkant van een boot; er moet dus water in de buurt zijn. We zien ook de schaduw van de fotograaf van deze foto. Gezien de twee fietsen op het rek achter op de wagen, een dames- en een herenfiets, moet de fotograaf een vrouw zijn. Man en vrouw, samen op reis, heerlijk.

 

Nick Hannes doet dat wel vaker, reizen. Het land is het doel, de weg bezaaid met mogelijkheden. Toevalligheden ook. Het Romeinse Rijk was zijn bestemming, al blijken daar tweeduizend jaar na datum weinig wezenlijke restanten van over te blijven. Historici zullen me tegenspreken, natuurlijk. Maar als fotograaf hang je vast aan je eigen tijd. Het hier en nu kun je niet weglaten, niet negeren.

In se is het puur toeval, de keuze om in 2009 een project te starten dat alle landen rond de Middellandse Zee verenigt. Tot Mohamed Bouazizi zichzelf op 17 december 2010 in brand steekt en de Arabische Lente op gang trekt. En tot eind 2009 blijkt dat Griekenland zijn schulden niet meer zelfstandig kan afbetalen en de eurocrisis losbarst. Waar Nick Hannes aanvankelijk twee thema’s in het achterhoofd had, toerisme en migratie, zijn het er plots vier. Sommige acuut, andere chronisch. In combinatie zorgen ze voor een nooit geziene samenloop van omstandigheden, die een onuitwisbare impact op de hele regio zou uitoefenen.

Het buitenland is Nick Hannes’ habitat, zijn biotoop. Reizen is voor hem niet de ontspanning die anderen verwachten. Voor Hannes is het werken, opletten, dolen, graven, zoeken, fouten maken, interpreteren, verwerken, overweldigen en afstand nemen. Met een open vizier op het onbekende focussen en het toeval toelaten. Het anekdotische overstijgen, om zo met schoonheid pijn te doen.

Hij beheerst de kracht van de visuele metafoor, weet als geen ander humor en tragiek te verbinden, maar weet ook waar hij moet stoppen. Geen paternalisme of hoogmoed, wel een besef van zijn eigen nietige positie in een werelds spektakel waarin het kleine soms inwisselbaar is met het grote.

 

Een beeld behoort niemand volledig toe – niet de maker, niet de gefotografeerde, niet de kijker. Alle actoren delen dit eigendomsrecht. De verantwoordelijkheid ligt bij ons allen, wordt dus gedeeld, met als enige onschuldige protagonist het beeld zelf. Het beeld in gedematerialiseerde, meestal efemere, digitale vorm, of als fysiek object, tastbaar, voelbaar, (soms ook) ruikbaar. Dat beeld komt ons tegemoet en dwingt ons onze verantwoordelijkheid te nemen. Wie heeft het gemaakt? Waarom is het gemaakt? Wie is erop te zien? Wie vertolkt hun stem? Waarom komt dit beeld naar me toe? In al deze vragen schuilt een schuldvraag: ‘Ben ik medeplichtig?’ Het antwoord zou volmondig ‘Ja’ moeten luiden.

De wereld van een documentairefotograaf binnentreden is niet zonder risico. Onze aanwezigheid maakt ons medeplichtig. We moeten ons ergens toe verhouden; vrijblijvendheid is geen optie.

 

(Extra 17, najaar 2014)

 

news

4

12